ECLI:NL:RBSGR:2008:BG8539

Rechtbank 's-Gravenhage

Datum uitspraak
5 december 2008
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
FA RK 08-2399
Instantie
Rechtbank 's-Gravenhage
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - meervoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 4 Wet van 2 mei 1990Haagse Verdrag betreffende de burgerrechtelijke aspecten van internationale ontvoering van kinderen
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verzoek tot teruggeleiding minderjarigen bij internationale kinderontvoering

De rechtbank 's-Gravenhage behandelde een verzoek van de Centrale Autoriteit tot teruggeleiding van twee minderjarigen naar de Verenigde Staten in het kader van internationale kinderontvoering. Dit verzoek werd ingediend op grond van het Haagse Verdrag betreffende de burgerrechtelijke aspecten van internationale ontvoering van kinderen.

Tijdens de procedure bereikten de vader en moeder van de minderjarigen overeenstemming over de verblijfplaats van de kinderen en de omgangsregeling. Deze afspraken werden schriftelijk vastgelegd in de 'Mediated Post Judgment Settlement Agreement' van 6 augustus 2008. De rechtbank nam deze overeenkomst in overweging.

Gezien de gemaakte afspraken tussen de ouders en het ontbreken van noodzaak voor teruggeleiding, besloot de rechtbank het verzoek van de Centrale Autoriteit af te wijzen. Tevens wees de rechtbank alle overige meer of anders verzochte verzoeken af. De beschikking werd uitgesproken in een openbare zitting op 5 december 2008 door een meervoudige kamer van de sector familie- en jeugdrecht.

Uitkomst: Het verzoek tot teruggeleiding van de minderjarigen naar de Verenigde Staten wordt afgewezen wegens overeenstemming tussen de ouders over verblijfplaats en omgang.

Uitspraak

RECHTBANK 'S-GRAVENHAGE
Sector familie- en jeugdrecht
Meervoudige kamer
7x
Rekestnummer: FA RK 08-2399
Zaaknummer: 307805
Datum beschikking: 5 december 2008
Internationale kinderontvoering
Beschikking op het op 28 maart 2008 ingekomen verzoek van:
De Directie Justitieel Jeugdbeleid, Afdeling Juridische en Internationale Zaken, van het Ministerie van Justitie, belast met de taak van Centrale Autoriteit als bedoeld in artikel 4 van Pro de Wet van 2 mei 1990 (Stb. 202) tot uitvoering van het Haagse Verdrag betreffende de burgerrechtelijke aspecten van internationale ontvoering van kinderen (Trb. 1987, 139), gevestigd te ’s-Gravenhage, verder te noemen de Centrale Autoriteit, optredend voor zichzelf en namens:
[de vader]
wonende te [plaats] in de Verenigde Staten,
advocaat: mr. W.A. van der Stroom-Willemsen te Rotterdam,
Als belanghebbende wordt aangemerkt:
[de moeder]
wonende te [plaats],
advocaat: mr. M.C. Reichmann.
Procedure
Bij beschikking van 6 mei 2008 van deze rechtbank en kamer is de beslissing ter zake van de teruggeleiding van de minderjarigen [A.] en [B.] aangehouden in afwachting van de resultaten van de mediation.
De rechtbank heeft wederom kennis genomen van de stukken, waaronder thans ook:
- het faxbericht van 7 augustus 2008 van de zijde van de vader met als bijlage de ‘Mediated Post Judgment Settlement Agreement’ van 6 augustus 2008;
- het faxbericht van 8 augustus 2008 van de zijde van de moeder.
Beoordeling
De rechtbank handhaaft al hetgeen bij genoemde beschikking is overwogen en beslist.
Blijkens de faxberichten d.d. 7 en 8 augustus 2008 hebben de vader en de moeder overeenstemming bereikt over de verblijfplaats van de minderjarigen en de omgang met de andere ouder. Zij hebben hun afspraken vastgelegd in de zogeheten ‘Mediated Post Judgment Settlement Agreement’ van 6 augustus 2008.
Gelet op het voorgaande, zal de rechtbank het verzoek tot teruggeleiding afwijzen.
Beslissing
De rechtbank:
wijst het verzoek van de Centrale Autoriteit af;
wijst af het meer of anders verzochte.
Deze beschikking is gegeven door mrs. R.G. de Lange-Tegelaar, M. Kramer en C.F. Mewe, tevens kinderrechters, bijgestaan door mr. L.F.A. Bos als griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 5 december 2008.