ECLI:NL:RBSGR:2008:BG9131
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- M.R. Groenewoud
- J. Ebbens
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep tegen maatregel van vreemdelingenbewaring wegens onvoldoende middelen en onduidelijk verblijfsdoel
Eiser, een Kroatische onderdaan zonder visumplicht, werd in vreemdelingenbewaring gesteld met het oog op uitzetting. Hij stelde dat hij rechtmatig in Nederland verbleef en over voldoende middelen beschikte, mede vanwege een voorgenomen familiebezoek. De rechtbank constateerde echter dat het verblijfsdoel onduidelijk was door wisselende verklaringen en dat eiser onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat hij over voldoende middelen beschikte voor zijn verblijf en terugreis.
De rechtbank oordeelde dat eiser niet voldeed aan de toegangsvoorwaarden van artikel 5 van Pro de Schengengrenscode en artikel 12 van Pro de Vreemdelingenwet, waardoor geen rechtmatig verblijf bestond. Ook werd vastgesteld dat de maatregel van bewaring niet onrechtmatig was, ondanks dat het verhoor buiten aanwezigheid van een advocaat had plaatsgevonden, omdat eiser geen schade had geleden en zelf had verklaard geen rechtsbijstand te wensen.
Verder vond de rechtbank dat verweerder voldoende voortvarend had gehandeld met betrekking tot de uitzetting. Het beroep werd ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen. De uitspraak werd gedaan door de rechtbank Den Haag op 22 december 2008.
Uitkomst: Het beroep tegen de maatregel van vreemdelingenbewaring wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.