ECLI:NL:RBSGR:2008:BG9144
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Verzoek tot teruggeleiding minderjarige naar Portugal wegens geschil over ouderlijk gezag en verblijfplaats
De zaak betreft een verzoek van de Portugese vader via de Nederlandse Centrale Autoriteit tot teruggeleiding van zijn minderjarige dochter naar Portugal. De moeder betwist dat de vader het gezag over de minderjarige heeft, onder meer omdat zij de ondertekening van een overeenkomst tot gezagsoverdracht ontkent en stelt dat haar handtekening mogelijk vervalst is. De rechtbank moet vaststellen waar de gewone verblijfplaats van de minderjarige was ten tijde van de overbrenging en wie het gezag uitoefende.
De rechtbank constateert dat de gewone verblijfplaats feitelijk bepaald wordt door de intentie van de gezaghebbende ouder. De moeder had eenhoofdig gezag en woonde vanaf december 2006 met de minderjarige in Nederland. De vader voert aan dat in april 2007 een overeenkomst is gesloten en door de Portugese rechter is bekrachtigd waarbij het gezag aan hem is overgedragen. De moeder betwist dit en verdenkt vervalsing van haar handtekening.
De rechtbank beveelt een deskundigenbericht aan om de echtheid van de handtekening van de moeder op de overeenkomst en het homologatieverzoek te onderzoeken. Beide partijen dienen originele documenten en handtekeningen te overleggen voor dit onderzoek. De zaak wordt pro forma aangehouden tot de deskundige zijn oordeel geeft, waarna zal worden beslist wie de kosten draagt en hoe verder te procederen.
Uitkomst: De rechtbank beveelt een deskundigenonderzoek naar de echtheid van de handtekening van de moeder en houdt de zaak pro forma aan tot het rapport beschikbaar is.