ECLI:NL:RBSGR:2008:BH3535
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- B.F.Th. de Roos
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit niet-ontvankelijkheid bezwaar tegen niet doen aanbod verblijfsvergunning pardonregeling
Eiseres, met Soedanese nationaliteit, diende in 1998 een asielaanvraag in die werd afgewezen, waarna zij een verblijfsvergunning als alleenstaande minderjarige asielzoeker ontving. Na intrekking van deze vergunningen en ongegrondverklaring van bezwaren, richtte eiseres zich op de Regeling afwikkeling nalatenschap Vreemdelingenwet (de Pardonregeling) uit 2007, die onder voorwaarden verblijfsvergunningen verleent aan vreemdelingen die vóór 1 april 2001 een asielaanvraag deden.
Verweerder verklaarde het bezwaar van eiseres tegen het niet doen van een aanbod op grond van deze regeling niet-ontvankelijk, stellende dat er geen besluit was genomen waarop bezwaar mogelijk was. Eiseres betoogde dat sprake was van een schriftelijke weigering of een met een beschikking gelijkgestelde handeling, waartegen bezwaar mogelijk is.
De rechtbank overwoog dat het niet doen van een aanbod geen besluit is in de zin van de Awb, maar wel een handeling als bedoeld in artikel 72, derde lid, van de Vreemdelingenwet 2000. Uit het feitencomplex, waaronder een brief van eiseres en een interne minuut, kan ondubbelzinnig worden afgeleid dat aan eiseres geen aanbod is gedaan, hetgeen een kenbare handeling vormt waartegen bezwaar mogelijk is.
De rechtbank oordeelde dat het bezwaar tijdig was ingediend en dat het bestreden besluit ten onrechte niet-ontvankelijk was verklaard. Het beroep werd gegrond verklaard, het besluit vernietigd en verweerder werd veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het besluit tot niet-ontvankelijkheid van het bezwaar wordt vernietigd.