ECLI:NL:RBSGR:2008:BI2533
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vordering wegens onrechtmatige daad in verband met grondgebonden mestproductierechten varkenshouder
De eiser, een varkenshouder, vorderde dat de Staat onrechtmatig zou handelen door de Wet herstructurering varkenshouderij (Whv) vast te stellen zonder vergoeding van de door hem geleden schade. Hij stelde dat hem door de Whv het recht om op basis van grondgebonden mestproductierechten varkens te houden volledig werd ontnomen, wat in strijd zou zijn met artikel 1 van Pro het Eerste Protocol bij het EVRM.
De rechtbank oordeelde dat de Whv slechts een regulering van eigendom betrof en geen volledige ontneming van eigendom. De eiser kon nog andere dieren houden op basis van zijn mestproductierechten. Ook ontbrak het aan voldoende stellingen dat de waarde van de onroerende zaken wezenlijk was verminderd door de Whv. De rechtbank concludeerde dat er geen sprake was van een individuele en buitensporige last ('individual and excessive burden') voor de eiser.
De rechtbank verwierp het betoog van de eiser dat de Whv onrechtmatig was omdat deze niet voorzien was van een adequate compensatie en dat eerdere verwachtingen waren geschonden. Ook het primaire verjaringsverweer van de Staat werd buiten beschouwing gelaten omdat het subsidiaire verweer slaagde.
De vorderingen werden afgewezen en de eiser werd veroordeeld in de proceskosten. Het vonnis werd gewezen door mr. D.A. Schreuder en op 6 augustus 2008 uitgesproken.
Uitkomst: Vorderingen van eiser wegens onrechtmatige daad en schadevergoeding worden afgewezen.