ECLI:NL:RBSGR:2008:BM5708
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vrijstelling BPM bij terugkeer uit België wegens ontbreken woonplaatsverlegging
Eiser was van juni 2001 tot december 2005 werkzaam bij de Nederlandse permanente vertegenwoordiging bij de NAVO in Brussel, waar hem een woning ter beschikking stond. Zijn gezin bleef echter in Nederland wonen en hij keerde in de weekenden terug naar Nederland. Na beëindiging van zijn werkzaamheden keerde eiser definitief terug naar Nederland en vroeg vrijstelling van BPM aan voor twee meegebrachte auto's.
De rechtbank oordeelt dat eiser niet aan de voorwaarden voor vrijstelling voldoet omdat hij zijn normale verblijfplaats niet naar Nederland heeft overgebracht gedurende zijn werkzaamheden in België. Het feit dat zijn gezin in Nederland verbleef en hij regelmatig terugkeerde, duidt erop dat zijn persoonlijke bindingen in Nederland waren. Eiser kon daarom geen recht ontlenen op vrijstelling.
Eiser stelde dat hij op grond van informatie van het Ministerie van Buitenlandse Zaken mocht vertrouwen op de vrijstelling. De rechtbank oordeelt echter dat alleen de Minister van Financiën bevoegd is om een in rechte beschermd vertrouwen te wekken, en dat hiervan geen sprake is. Het beroep is daarom ongegrond verklaard.
De rechtbank ziet geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak is op 27 juni 2008 in het openbaar uitgesproken door rechter Lips.
Uitkomst: Het beroep van eiser op vrijstelling van BPM wordt ongegrond verklaard omdat hij zijn normale verblijfplaats niet naar Nederland heeft overgebracht.