ECLI:NL:RBSGR:2009:BH1428
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak verdachte wegens gebrek aan wettig bewijs schietincident
Op 25 juli 2008 vond een schietincident plaats waarbij verdachte werd beschuldigd van medeplegen van poging tot moord en het voorhanden hebben van een vuurwapen en munitie. De officier van justitie eiste negen jaar gevangenisstraf. Tijdens het onderzoek bleek dat het gebruikte pistool op de plaats delict was aangetroffen, maar dactyloscopisch en DNA-onderzoek leverden geen bruikbare sporen op. Schotresten op de handen van verdachte konden niet bewijzen dat hij geschoten had, aangezien dit ook kon wijzen op aanwezigheid nabij het schietproces.
Verdachte en medeverdachte verklaarden dat medeverdachte degene was die schoot, terwijl de aangever wisselende en tegenstrijdige verklaringen gaf. Er waren aanwijzingen dat de aangever medeverdachte mogelijk had verkracht, wat de geloofwaardigheid van zijn verklaringen ondermijnde. Diverse getuigenverklaringen en telefoongegevens ondersteunden deze aanwijzingen. Verdachte ontkende het wapen naar de woning te hebben gebracht en verklaarde het eerder aan de aangever te hebben gegeven, wat door een getuige werd bevestigd.
Gezien het ontbreken van ondersteunend bewijs en de twijfel aan de betrouwbaarheid van de aangever, oordeelde de rechtbank dat niet wettig en overtuigend bewezen kon worden dat verdachte de ten laste gelegde feiten had begaan. Daarom sprak de rechtbank verdachte vrij van alle tenlasteleggingen.
Uitkomst: Verdachte is vrijgesproken wegens onvoldoende wettig en overtuigend bewijs dat hij op aangever heeft geschoten.