ECLI:NL:RBSGR:2009:BH2906
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit weigering verblijfsvergunning gezinshereniging op grond van artikel 8 EVRM
Eiser, van Iraakse nationaliteit, verzocht om een verblijfsvergunning regulier voor gezinshereniging met zijn dochter. Verweerder wees dit verzoek af vanwege een in het verleden gepleegd ernstig geweldsmisdrijf, medeplegen van moord, en het ontbreken van objectieve belemmeringen om het gezinsleven buiten Nederland voort te zetten.
De rechtbank oordeelt dat het beleid van verweerder, waarin geweldsmisdrijven na tien jaar niet meer worden tegengeworpen, onverkort van toepassing is. Het feit dat eiser meer dan tien jaar geleden is veroordeeld, betekent dat het misdrijf niet langer in de belangenafweging mag worden betrokken. Verweerder heeft dit beleid onjuist toegepast en onvoldoende gemotiveerd.
Daarnaast heeft de rechtbank vastgesteld dat er sprake is van familie- en gezinsleven tussen eiser en zijn dochter, die in Nederland woont en de Nederlandse nationaliteit heeft. Verweerder heeft onvoldoende rekening gehouden met de belangen van de dochter en de feitelijke banden die zijn ontstaan gedurende de lange periode dat eiser in Nederland verbleef onder gedoogstatus.
Ook is onvoldoende gemotiveerd waarom er geen objectieve belemmeringen zouden zijn voor eiser om terug te keren naar Irak, mede gelet op de overgelegde stukken die wijzen op vervolgingsgevaar. De rechtbank vernietigt het bestreden besluit en beveelt verweerder om opnieuw te beslissen met inachtneming van deze overwegingen.
Uitkomst: Het bestreden besluit tot weigering van de verblijfsvergunning wordt vernietigd en verweerder moet opnieuw beslissen.