ECLI:NL:RBSGR:2009:BH3701
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - meervoudig
- H.C. Greeuw
- J.I. de Vreese-Rood
- S.W.S. Kiliç
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen ongewenstverklaring op grond van twijfel aan juistheid ambtsbericht over KhAD/WAD
Eiser, een Afghaanse staatsburger en voormalig lid van de KhAD, werd ongewenst verklaard op grond van artikel 1F van het Vluchtelingenverdrag, waarbij verweerder stelde dat hij wist of had moeten weten van mensenrechtenschendingen binnen de KhAD/WAD. De rechtbank onderzocht of verweerder dit op goede gronden had gedaan.
De rechtbank betrok bij haar oordeel meerdere rapporten, waaronder die van Giustozzi en een notitie van de UNHCR, die wezen op significante verschillen en nuances ten opzichte van het ambtsbericht van de minister van Buitenlandse Zaken uit 2000. Deze bronnen gaven aan dat niet alle (onder)officieren van KhAD/WAD betrokken waren bij mensenrechtenschendingen en dat het ambtsbericht op onderdelen onvolledig en mogelijk onjuist was.
De rechtbank oordeelde dat verweerder het ambtsbericht niet zonder nader onderzoek had mogen gebruiken als basis voor het besluit en dat de tegenwerping van artikel 1F onvoldoende was gemotiveerd. Gezien de ernstige twijfels over de betrouwbaarheid en volledigheid van het ambtsbericht werd het beroep gegrond verklaard, het besluit vernietigd en verweerder opgedragen een nieuw besluit te nemen. Tevens werden proceskosten en griffierecht aan eiser toegewezen.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het besluit tot ongewenstverklaring vernietigd vanwege onvoldoende onderbouwing van artikel 1F tegenwerping.