ECLI:NL:RBSGR:2009:BI8212
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit ongewenstverklaring op grond van twijfel aan juistheid ambtsbericht over KhaD/WAD-officier
Eiser, een Afghaanse vreemdeling en voormalig KhaD/WAD-officier, diende een aanvraag in voor een verblijfsvergunning asiel, welke werd afgewezen en leidde tot een ongewenstverklaring op grond van artikel 1F van het Vluchtelingenverdrag. Verweerder baseerde dit besluit op een ambtsbericht van de minister van Buitenlandse Zaken uit 2000, waarin werd gesteld dat alle officieren van KhaD/WAD betrokken waren bij ernstige mensenrechtenschendingen.
Eiser voerde aan dat het ambtsbericht onjuist is en verwees naar meerdere rapporten en brieven, waaronder een UNHCR-rapport dat onderscheid maakt tussen operationele en niet-operationele afdelingen binnen KhaD/WAD, waarbij alleen de eerste betrokken waren bij mensenrechtenschendingen. Ook werd het vermeende roulatiebeleid binnen KhaD/WAD betwist. De rechtbank vond dat deze bronnen voldoende concrete aanknopingspunten boden om aan de juistheid van het ambtsbericht te twijfelen.
De rechtbank oordeelde dat verweerder, gelet op de belastende aard van de ongewenstverklaring, aannemelijk moet maken dat de feiten en conclusies in het ambtsbericht juist zijn en dat eiser knowing and personal participation kan worden verweten. Aangezien aanvullend onderzoek op korte termijn niet mogelijk is en van doorslaggevende betekenis kan zijn, werd het primaire besluit herroepen en het beroep gegrond verklaard.
De rechtbank veroordeelde verweerder tevens in de proceskosten en bepaalde dat het griffierecht aan eiser wordt vergoed. Tegen deze uitspraak kan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: Het besluit tot ongewenstverklaring en afwijzing van de asielaanvraag wordt vernietigd en herroepen wegens twijfel aan de juistheid van het ambtsbericht.