ECLI:NL:RBSGR:2009:BH3713
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Toegangsweigering Nederland op grond van Schengengrenscode bevestigd ondanks opheffing vrijheidsontnemende maatregel
Eiser, een Congolese onderdaan, werd op 7 augustus 2008 de toegang tot Nederland geweigerd op Schiphol vanwege het ontbreken van geldige reisdocumenten en onvoldoende bestaansmiddelen, conform artikel 13 juncto Pro artikel 5 van Pro de Schengengrenscode (SGC). Na een administratief beroep en het opheffen van een vrijheidsontnemende maatregel op 2 oktober 2008, stelde eiser dat hem feitelijk en juridisch toegang was verleend.
De rechtbank oordeelde dat de opheffing van de vrijheidsontnemende maatregel niet automatisch betekent dat de toegang tot Nederland juridisch is verleend. Verweerder had het belang van grensbewaking niet prijsgegeven, mede omdat eiser een meldplicht bleef houden. Daarnaast was eiser niet samen met zijn Britse echtgenote naar Nederland gekomen, waardoor de Verblijfsrichtlijn niet van toepassing was. Eiser voldeed niet aan de toegangsvoorwaarden van de SGC, omdat hij geen geldig reisdocument had en geen toereikende bestaansmiddelen kon aantonen.
Verder was het beroep kennelijk ongegrond, zodat verweerder terecht had afgezien van het horen van eiser. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en wees proceskostenveroordeling af. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: Het beroep tegen de toegangsweigering wordt ongegrond verklaard en de weigering tot toegang blijft van kracht.