ECLI:NL:RBSGR:2009:BH3838
Rechtbank 's-Gravenhage
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit afwijzing verblijfsvergunning en opheffing vrijheidsontnemende maatregel
Eiser, een Colombiaanse vreemdeling, werd op 26 januari 2009 de toegang tot Nederland geweigerd en werd een vrijheidsontnemende maatregel opgelegd. Hij stelde beroep in tegen zowel de afwijzing van zijn verblijfsvergunningaanvraag als tegen de vrijheidsontnemende maatregel, en verzocht om een voorlopige voorziening om uitzetting te voorkomen.
De rechtbank oordeelde dat verweerder niet in redelijkheid mocht stellen dat eiser onvoldoende had meegewerkt aan het vaststellen van zijn reisroute, aangezien eiser een reservering van vliegtickets overlegd had. Ook mocht verweerder het ontbreken van documenten ter staving van het asielrelaas niet aan eiser tegenwerpen, mede omdat de documenten in kopie en onvertaald waren overgelegd en verweerder naliet om duidelijk te maken dat originele vertalingen vereist waren.
De rechtbank stelde vast dat het besluit onvoldoende zorgvuldig was voorbereid en onvoldoende gemotiveerd. Het beroep werd gegrond verklaard en het besluit vernietigd. Het verzoek om een voorlopige voorziening werd afgewezen wegens gebrek aan belang. Ten aanzien van de vrijheidsontnemende maatregel oordeelde de rechtbank dat deze vanaf 31 januari 2009 niet langer rechtmatig was, waarna de maatregel werd opgeheven en een schadevergoeding toegekend.
Tot slot veroordeelde de rechtbank de Staat der Nederlanden tot betaling van proceskosten aan eiser.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de verblijfsvergunning wordt gegrond verklaard en het besluit vernietigd; de vrijheidsontnemende maatregel wordt opgeheven en een schadevergoeding toegekend.