ECLI:NL:RBSGR:2009:BH4595
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - meervoudig
- H. Benek
- A.B.M. Hent
- E.M. de Stigter
- Rechtspraak.nl
Toepasselijkheid artikel 13 Besluit 1/80 bij intrekking verblijfsvergunning Turkse onderdaan
Eiser, een Turkse onderdaan, had een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd die met ingang van 3 mei 2005 is ingetrokken wegens het niet langer samenwonen met zijn echtgenote. Eiser stelde zich op het standpunt dat hij rechten kon ontlenen aan artikel 13 van Pro het Besluit 1/80, dat nieuwe beperkingen op de toegang tot de arbeidsmarkt voor Turkse werknemers verbiedt.
De rechtbank overwoog dat artikel 13 van Pro het Besluit 1/80 niet gekoppeld is aan het al dan niet ontlenen van rechten aan artikel 6 van Pro dat besluit, maar dat het toepassingsbereik van artikel 13 beperkt Pro is tot personen wier verblijf en arbeid legaal zijn. Omdat eiser zich sinds 3 mei 2005 niet aan de verblijfsregels heeft gehouden en zijn verblijfsvergunning met terugwerkende kracht is ingetrokken, viel hij niet onder het toepassingsbereik van artikel 13.
Verder stelde de rechtbank vast dat eiser niet had aangetoond dat hij een afgeleid verblijfsrecht op grond van artikel 6 had Pro opgebouwd, omdat hij onvoldoende bewijs leverde dat hij minimaal één jaar onafgebroken bij dezelfde werkgever had gewerkt. Ook het rechtmatig verblijf na de intrekking van de vergunning was voorlopig en niet-stabiel, waardoor geen legale arbeid kon worden aangenomen.
De rechtbank concludeerde dat eiser geen beroep kon doen op de standstill-bepaling van artikel 13 en Pro verklaarde het beroep ongegrond. Hiermee kwam de rechtbank tot een ander oordeel dan in een eerdere vergelijkbare uitspraak van mei 2008.
Uitkomst: Het beroep van eiser wordt ongegrond verklaard omdat hij geen beroep kan doen op artikel 13 van het Besluit 1/80.