ECLI:NL:RBSGR:2009:BH4599
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- A.B.M. Hent
- Rechtspraak.nl
Toepassing hardheidsclausule bij mvv-vereiste leidt tot schending artikel 8 EVRM
Eiseres, afkomstig uit Azerbeidzjan en woonachtig in Nederland sinds 2001 met haar echtgenoot en kinderen, werd de aanvraag voor een verblijfsvergunning regulier geweigerd wegens het ontbreken van een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv). Haar echtgenoot en kinderen, allen met Armeense nationaliteit, hebben inmiddels de Nederlandse nationaliteit verkregen, terwijl eiseres deze niet bezit.
De rechtbank stelt vast dat eiseres louter vanwege haar andere nationaliteit geen afgeleide asielstatus kreeg, wat leidt tot een onbillijke situatie die het toekomstige beleid van verweerder beoogt te corrigeren via een wijziging van artikel 3.71, tweede lid, Vb 2000. De rechtbank acht het mogelijk dat verweerder vooruitloopt op dit beleid door toepassing van de hardheidsclausule.
Het strikt vasthouden aan de beperking waaronder de aanvraag is gedaan, ondanks de feitelijke situatie, wordt als excessief formalisme beoordeeld en schendt artikel 8 EVRM Pro. Ook het argument dat er een verblijfsalternatief in Rusland zou zijn, wordt verworpen gezien de gevestigde woonstatus van het gezin in Nederland.
De rechtbank verklaart het beroep gegrond, vernietigt het bestreden besluit en beveelt verweerder binnen zes weken een nieuw besluit te nemen met inachtneming van deze overwegingen. Tevens worden de proceskosten en het griffierecht aan eiseres toegekend.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het bestreden besluit vernietigd wegens onbillijkheid en schending van artikel 8 EVRM.