ECLI:NL:RBSGR:2009:BH5296
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Bevoegdheid verzekeringnemer tot tussentijdse opzegging van verzekeringsovereenkomst
De zaak betreft de vraag of artikel 7:940 lid 3 vierde Pro volzin BW, dat de verzekeraar beperkt in zijn bevoegdheid tot tussentijdse opzegging, ook geldt voor de verzekeringnemer. De eiser had een vijfjarige woonhuisverzekering afgesloten bij Nationale-Nederlanden en wilde deze tussentijds opzeggen. Nationale-Nederlanden weigerde dit te accepteren.
De rechtbank onderzocht de parlementaire geschiedenis en concludeerde dat de wetgever met deze bepaling vooral de verzekeringnemer wilde beschermen tegen willekeurige opzegging door de verzekeraar. De tekst en toelichting van het wetsartikel wijzen erop dat de beperking slechts voor de verzekeraar geldt en niet voor de verzekeringnemer.
Nationale-Nederlanden stelde dat dit tot ongelijke en mogelijk willekeurige opzeggingen door verzekeringnemers kan leiden, maar de rechtbank vond dit niet strijdig met de wetgever's bedoeling. Ook het argument dat tussentijdse opzegging zonder rechtvaardiging onaanvaardbaar zou zijn, werd verworpen. De rechtbank wees erop dat de polisvoorwaarden aan de verzekeringnemer geen beperkingen oplegden en dat de verzekeraar de polisvoorwaarden had kunnen aanpassen om risico's te beperken.
De rechtbank concludeerde dat de verzekeringsovereenkomst door de verzekeringnemer rechtsgeldig tussentijds was opgezegd en veroordeelde Nationale-Nederlanden in de proceskosten.
Uitkomst: De verzekeringnemer had bevoegdheid tot tussentijdse opzegging zonder dat de beperking van artikel 7:940 lid 3 vierde volzin BW op hem van toepassing is.