ECLI:NL:RBSGR:2009:BH6558
Rechtbank 's-Gravenhage
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- Rechtspraak.nl
Afwijzing asielaanvraag Nigeriaanse homoseksuele vreemdeling wegens onvoldoende bewijs reëel risico vervolging
Verzoeker, een Nigeriaanse homoseksuele man, vroeg asiel aan in Nederland op grond van vervolging vanwege zijn seksuele geaardheid. Hij stelde dat hij in Nigeria bedreigd werd na oproepen op televisie en radio om homoseksuelen te vervolgen. Verweerder wees de aanvraag af omdat verzoeker zich niet onverwijld had gemeld en onvoldoende bewijs had geleverd van zijn identiteit en reisroute.
De rechtbank oordeelde dat het asielrelaas van verzoeker onvoldoende geloofwaardig was, mede door het ontbreken van documenten en vage verklaringen over zijn verblijf in Nigeria. Hoewel homoseksuele handelingen strafbaar zijn in Nigeria, bleek uit ambtsberichten en rapporten van mensenrechtenorganisaties dat daadwerkelijke vervolging of bestraffing niet is vastgesteld.
Verder was het wetsvoorstel dat homoseksuele relaties strafbaar stelt nog niet aangenomen en de gevolgen daarvan onzeker. De rechtbank concludeerde dat verzoeker onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat hij persoonlijk een reëel risico loopt op vervolging of een schending van artikel 3 EVRM Pro bij terugkeer. Het beroep werd ongegrond verklaard en het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen.
Uitkomst: Het beroep van de Nigeriaanse homoseksuele vreemdeling wordt ongegrond verklaard wegens onvoldoende aannemelijkheid van een reëel risico op vervolging of schending van artikel 3 EVRM.