ECLI:NL:RVS:2007:BB5763
Raad van State
- Hoger beroep
- M.G.J. Parkins-de Vin
- H. Troostwijk
- S.J.E. Horstink-von Meyenfeldt
- Rechtspraak.nl
Vaststelling dat authenticiteit document niet is aangetoond bij herhaalde aanvraag verblijfsvergunning
De zaak betreft een herhaalde aanvraag van een vreemdeling voor een verblijfsvergunning asiel, die door de Minister van Justitie op 16 februari 2007 werd afgewezen. De voorzieningenrechter had het beroep van de vreemdeling gegrond verklaard en het besluit vernietigd, waarna de staatssecretaris hoger beroep instelde bij de Raad van State.
De Raad van State overweegt dat bij een herhaalde aanvraag zonder nieuwe feiten of veranderde omstandigheden het beoordelingskader van de eerdere afwijzing in principe geldt en rechterlijke toetsing slechts mogelijk is bij bijzondere individuele omstandigheden. De vreemdeling moet de authenticiteit van de aan zijn aanvraag ten grondslag gelegde documenten aantonen. Uit onderzoek van de Immigratie- en Naturalisatiedienst bleek dat de authenticiteit van de dagvaarding niet kon worden vastgesteld.
De Raad oordeelt dat het ontbreken van vaststelling van authenticiteit betekent dat het document geen nieuw feit of veranderde omstandigheid vormt. De vreemdeling heeft dit niet alsnog aangetoond in beroep. Hierdoor is geen plaats voor rechterlijke toetsing van de zorgvuldigheid van het besluit. Het hoger beroep van de staatssecretaris wordt gegrond verklaard, de uitspraak van de voorzieningenrechter vernietigd en het beroep van de vreemdeling ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep van de vreemdeling wordt ongegrond verklaard omdat de authenticiteit van het document niet is aangetoond en geen nieuwe feiten zijn ingebracht.