ECLI:NL:RBSGR:2009:BH6955
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- K.S. Smits
- K.J. Veenstra
- Rechtspraak.nl
Beoordeling van bewaring en prematuur beroep minderjarige vreemdeling
Verweerder legde op 4 maart 2009 een maatregel van bewaring op aan eiser, een alleenstaande minderjarige vreemdeling, met het oog op uitzetting naar Letland. Eiser stelde beroep in op 3 maart 2009, een dag vóór oplegging, en voerde onder meer aan dat het beroep ontvankelijk moest worden verklaard en dat de ophouding niet in redelijkheid kon worden verlengd.
De rechtbank oordeelde dat het beroep ontvankelijk was, omdat de gemachtigde van eiser op basis van een piketmelding en mededelingen van een verbalisant redelijkerwijs mocht aannemen dat de maatregel al was opgelegd. De verlenging van de ophouding werd als redelijk beoordeeld, gezien het lopende onderzoek naar identiteit en nationaliteit, waarbij contact met de Letse ambassade op 3 maart plaatsvond.
Verder werd geoordeeld dat verweerder niet te traag had gehandeld en dat de procedure en tenuitvoerlegging van de bewaring aan de wettelijke vereisten voldeden. De rechtbank stelde vast dat eiser binnen vier dagen na aanhouding tijdig was overgeplaatst naar een jeugdinrichting.
Ten aanzien van het gebruik van een lichter middel werd erkend dat terughoudendheid geboden is bij minderjarige vreemdelingen, maar verweerder mocht onder de gegeven omstandigheden afzien van een lichter middel. De rechtbank concludeerde dat de bewaring niet onrechtmatig was en wees het verzoek om schadevergoeding af. Het beroep werd ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep tegen de maatregel van bewaring wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen.