ECLI:NL:RBSGR:2009:BH7711
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Onrechtmatige vreemdelingenbewaring wegens onvoldoende voortvarendheid bij laissez-passeraanvraag
Eiseres is op 18 januari 2009 in vreemdelingenbewaring gesteld. Na een eerste ongegrond verklaard beroep tegen de bewaring, stelde zij op 24 februari 2009 beroep in tegen het voortduren van de vrijheidsontneming en verzocht om schadevergoeding. De kern van het geschil betrof het niet tijdig doorgeven van aanvullende personalia, waaronder een alternatieve naam en geboortedatum, aan de Marokkaanse autoriteiten bij de aanvraag van een laissez passer.
De rechtbank stelde vast dat deze aanvullende gegevens al vanaf 2 februari 2009 bij verweerder bekend waren, maar niet waren vermeld in de aanvraag van 17 februari 2009. Verweerder gaf toe dat deze informatie pas op 9 maart 2009 alsnog werd doorgegeven, waardoor onvoldoende voortvarendheid bij de uitzetting is vastgesteld. Volgens jurisprudentie van de Afdeling bestuursrechtspraak is in een dergelijke situatie geen belangenafweging mogelijk en is de bewaring onrechtmatig vanaf 17 februari 2009.
De rechtbank beval de opheffing van de bewaring met ingang van 10 maart 2009 en kende eiseres een schadevergoeding toe van €1.120,00 voor de periode van 24 februari tot en met 9 maart 2009. Tevens werden de proceskosten van €644,00 aan eiseres toegekend. De rechtbank wees het verzoek om verdere bewijslevering en schorsing af, omdat de door verweerder verstrekte informatie betrouwbaar werd geacht en de stellingen van eiseres onvoldoende waren onderbouwd.
Deze uitspraak benadrukt het belang van tijdige en volledige communicatie met betrokken autoriteiten bij vreemdelingenbewaring en bevestigt dat nalatigheid hierin leidt tot onrechtmatigheid en schadevergoeding.
Uitkomst: De bewaring van eiseres is onrechtmatig vanaf 17 februari 2009; de bewaring wordt opgeheven per 10 maart 2009 met toekenning van schadevergoeding en proceskosten.