ECLI:NL:RBSGR:2009:BH8288
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - meervoudig
- C. van Linschoten
- E.C. Ruinaard
- A.M. Overbeeke
- Rechtspraak.nl
Afwijzing asielverzoek wegens ongeloofwaardig relaas en onvoldoende bewijs
Eiser, een Nepalese asielzoeker, verzocht om een verblijfsvergunning op grond van asiel vanwege bedreigingen door Maoïsten na een incident in zijn restaurant. Hij overlegde onder meer een verkoopakte en een getuigenverklaring ter onderbouwing van zijn verhaal.
De Immigratie- en Naturalisatiedienst wees het verzoek af wegens onvoldoende bewijs en twijfel aan de geloofwaardigheid van het relaas. De rechtbank nam de verkoopakte en getuigenverklaring mee in de beoordeling, maar vond de verkoopakte onbetrouwbaar vanwege het ontbreken van een handtekening van de koper en de getuigenverklaring onvoldoende objectief omdat de getuige een vriend van eiser is.
De rechtbank constateerde tegenstrijdigheden in het verhaal over de vernielingen en het ontbreken van namen van betrokkenen. Ook ontbraken medische rapporten ter onderbouwing van geheugenverlies. De rechtbank oordeelde dat het relaas geen positieve overtuigingskracht heeft en dat eiser geen gegronde vrees voor vervolging kon aantonen.
De rechtbank verwierp het beroep op artikel 3 EVRM Pro en het verzoek om categorale bescherming voor Nepal. Gezien het ongeloofwaardige relaas was er geen grond voor verlening van een verblijfsvergunning. Het beroep werd ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep op asiel wordt ongegrond verklaard wegens ongeloofwaardig relaas en onvoldoende bewijs.