ECLI:NL:RBSGR:2009:BH8914
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Opheffing bewaring wegens ontbreken zicht op uitzetting naar Nepal binnen redelijke termijn
Eiser is op 2 november 2008 in bewaring gesteld op grond van de Vreemdelingenwet 2000. Na een eerdere uitspraak waarin het zicht op uitzetting nog niet ontbrak, heeft de rechtbank op basis van nieuwe informatie vastgesteld dat van 30 lp-aanvragen bij Nepal in 2007 en 2008 geen enkele lp is verstrekt, ook niet aan gedocumenteerde vreemdelingen.
Verweerder kon niet aantonen dat het verstrekken van aanvullende gegevens tot uitzetting zou leiden. De rechtbank concludeert dat er in het algemeen geen zicht is op uitzetting binnen een redelijke termijn naar Nepal. Eiser kan niet worden tegengeworpen onvoldoende mee te werken, aangezien hij alle noodzakelijke gegevens heeft verstrekt.
De rechtbank verklaart het beroep gegrond, beveelt opheffing van de bewaring per 13 maart 2009 en kent een schadevergoeding toe van €2240,-- voor de periode van bewaring. Tevens worden de proceskosten van €644,-- aan eiser toegewezen. Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep open.
Uitkomst: De bewaring wordt opgeheven wegens ontbreken van zicht op uitzetting naar Nepal binnen redelijke termijn en er wordt schadevergoeding toegekend.