ECLI:NL:RBSGR:2009:BH9325
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vorderingen wegens ontoereikende informatie na aangifte oplichting door FIOD-ECD
Twee besloten vennootschappen, [A.] Beheer B.V. en [B.] & Zoon B.V., dienden aangifte van oplichting tegen drie beleggingsmaatschappijen bij de Economische Controle Dienst (ECD). Zij stelden dat de FIOD-ECD hen onvolledig en onjuist had geïnformeerd over de status van de aangiften, waardoor zij in hun processuele positie waren geschaad en schade hadden geleden.
De Staat voerde verweer dat de vorderingen verjaard waren en dat er geen onrechtmatig handelen had plaatsgevonden. De rechtbank verwierp het verjaringsverweer omdat onvoldoende was toegelicht dat de vennootschappen al in 1999 bekend waren met de schade en aansprakelijke partij. Vervolgens oordeelde de rechtbank dat de FIOD-ECD steeds had meegedeeld dat de aangiften in werkvoorraad lagen en dat geen strafrechtelijk onderzoek was gestart. De enkele mededeling dat aangiften in werkvoorraad waren, wekte geen gerechtvaardigd vertrouwen op een strafrechtelijk onderzoek.
De rechtbank stelde dat de vennootschappen onvoldoende feitelijk hadden onderbouwd dat zij onjuist en onvolledig waren geïnformeerd of dat zij in hun procespositie waren geschaad. Het oordeel van de Nationale Ombudsman over onbehoorlijkheid van het optreden van de overheid leidde niet tot een oordeel van onrechtmatigheid. Daarom werden de vorderingen afgewezen en werden de vennootschappen veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: De rechtbank wijst de vorderingen af wegens het ontbreken van onrechtmatig handelen door de FIOD-ECD.