ECLI:NL:RBSGR:2009:BI0127
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Rechtbank verklaart zich onbevoegd inzake verzoeken ouderlijke verantwoordelijkheid en verblijfplaats minderjarige
Partijen hadden een affectieve relatie waaruit een minderjarige is geboren. De vader verzocht de rechtbank om diverse beslissingen met betrekking tot de ouderlijke verantwoordelijkheid en de woonplaats van het kind, waaronder het vaststellen van de woonplaats bij hem en het wijzigen van het gezag.
De rechtbank onderzocht haar bevoegdheid aan de hand van de Verordening (EG) nr. 2201/2003 (Brussel II-bis), die bepaalt dat in geschillen over ouderlijke verantwoordelijkheid het gerecht van de lidstaat bevoegd is waar het kind zijn gewone verblijfplaats heeft.
Uit overgelegde stukken bleek dat de moeder en het kind in Tsjechië wonen en dat dit de vaste verblijfplaats is. De rechtbank oordeelde dat geen uitzonderingen van toepassing waren die haar bevoegdheid zouden kunnen vestigen. De vader werd niet erkend als pleegouder en er was geen gezamenlijke aanvaarding van rechtsmacht.
Daarom verklaarde de rechtbank zich onbevoegd om van de verzoeken kennis te nemen en bepaalde dat iedere partij haar eigen proceskosten draagt.
Uitkomst: De rechtbank verklaart zich onbevoegd kennis te nemen van de verzoeken van de vader en bepaalt dat iedere partij haar eigen proceskosten draagt.