ECLI:NL:HR:2006:AW9383
Hoge Raad
- Cassatie
- J.B. Fleers
- O. de Savornin Lohman
- E.J. Numann
- F.B. Bakels
- W.D.H. Asser
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt onbevoegdheid Nederlandse rechter bij echtscheiding op ambassade
De man, woonachtig en geregistreerd in Nederland, verzocht bij de rechtbank te Leeuwarden om echtscheiding van zijn Thaise vrouw, met wie hij op de Nederlandse ambassade in Abu Dhabi was gehuwd. De vrouw was niet in Nederland woonachtig of verblijfhoudend en verscheen niet in rechte.
De rechtbank verklaarde zich onbevoegd kennis te nemen van het verzoek. De man ging in hoger beroep bij het gerechtshof te Leeuwarden, dat de onbevoegdheidsverklaring bevestigde. Vervolgens stelde de man beroep in cassatie in bij de Hoge Raad.
De Hoge Raad bevestigde de eerdere beslissingen en oordeelde dat de Nederlandse rechter niet bevoegd is op grond van artikel 2 van Pro de Brussel II-Verordening, omdat de gewone verblijfplaats van partijen buiten Nederland ligt. De klachten van de man werden verworpen zonder nadere motivering, en het cassatieberoep werd afgewezen.
Uitkomst: De Hoge Raad bevestigt dat de Nederlandse rechter onbevoegd is om de echtscheiding uit te spreken.