ECLI:NL:RBSGR:2009:BI0321
Rechtbank 's-Gravenhage
- Raadkamer
- Rechtspraak.nl
Vergoeding advocaatkosten toegekend na vrijspraak en ontnemingsprocedure
De rechtbank 's-Gravenhage behandelde een verzoek ex artikel 591a Sv tot vergoeding van advocaatkosten ten behoeve van een ontnemingsprocedure. Verzoeker was in de hoofdzaak veroordeeld voor het medeplegen van een strafbaar feit, maar vrijgesproken van het telen van hennep, waarop de ontnemingsvordering was gebaseerd.
De officier van justitie had het verzoek afgewezen met het argument dat de ontnemingsprocedure voortzetting van de strafzaak was en dat voorlopige hechtenis was toegelaten voor het feit waarvoor verzoeker was veroordeeld. De rechtbank oordeelde echter dat op grond van de onschuldpresumptie uit artikel 6 EVRM Pro geen voordeel kan worden ontnomen dat is verkregen uit feiten waarvoor verzoeker is vrijgesproken.
Gelet op deze vrijspraak en de ontnemingsvordering die zich richtte op vrijgesproken feiten, achtte de rechtbank het billijk om verzoeker een vergoeding toe te kennen voor de advocaatkosten die zijn gemaakt in verband met de ontnemingsprocedure. De rechtbank kende een bedrag van € 1.789,50 toe en wees overige kosten af.
Uitkomst: De rechtbank kende verzoeker een vergoeding van € 1.789,50 toe voor advocaatkosten in verband met de ontnemingsprocedure na vrijspraak.