ECLI:NL:RBSGR:2009:BI1374
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- K.S. Smits
- M.P. Glerum
- Rechtspraak.nl
Beoordeling van beroep tegen maatregel van vreemdelingenbewaring en naleving termijnen
Eiser is in vreemdelingenbewaring gesteld met ingang van 22 maart 2009 en stelde beroep in tegen deze maatregel. Hij voerde aan dat de termijn van artikel 94, tweede lid, van de Vreemdelingenwet was overschreden en dat de zittingen in strijd waren met de goede procesorde. Daarnaast stelde hij dat verweerder onvoldoende inspanningen had verricht voor uitzetting en dat een lichter middel had moeten worden toegepast.
De rechtbank oordeelde dat de zittingstermijn conform artikel 94, tweede lid, was nageleefd door het houden van een zitting op 3 april 2009 en een hervatting op 6 april 2009, waarbij eiser correct was opgeroepen en gehoord. De handelwijze van de rechtbank leverde geen schending van de goede procesorde op en leidde niet tot onrechtmatigheid van de bewaring.
Verder overwoog de rechtbank dat het ontbreken van een volledig zicht op uitzetting tijdens de strafrechtelijke detentie niet automatisch onrechtmatigheid veroorzaakt, mits de belangen in redelijke verhouding staan. Gezien de strafrechtelijke veroordeling van eiser en het feit dat verweerder zicht had op uitzetting, was de bewaring gerechtvaardigd. Het verzoek tot opheffing van de maatregel en schadevergoeding werd daarom afgewezen.
De uitspraak is bindend en kan in hoger beroep worden aangevochten bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State binnen een week na bekendmaking.
Uitkomst: Het beroep tegen de maatregel van vreemdelingenbewaring wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.