ECLI:NL:RBSGR:2009:BI1378
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling rechtmatigheid bewaring vreemdeling en toepassing tolkenwet
Eiser, een Turkse vreemdeling, werd op grond van artikel 59 van Pro de Vreemdelingenwet 2000 in bewaring gesteld wegens vermoedelijk illegaal verblijf en het niet voldoen aan meldplicht. Eiser voerde aan dat hij rechtmatig verblijf had in Nederland via Duitsland, over geldige identiteitsdocumenten beschikte en dat de staandehouding en het verhoor onrechtmatig waren, mede omdat geen beëdigde tolk was ingezet.
De rechtbank oordeelde dat de staandehouding en ophouding voor verhoor rechtmatig waren, omdat eiser niet in de vreemdelingenadministratie voorkwam en niet had voldaan aan de meldplicht. Hoewel de verbalisant geen beëdigde tolk was, maakte dit de bewaring niet onrechtmatig omdat de verklaring van eiser juist was opgetekend en de belangen van de bewaring opwegen tegen het gebrek.
Verder werd het betoog dat de reistassen van eiser niet veilig waren gesteld verworpen, omdat dit de rechtmatigheid van de bewaring niet aantastte. De rechtbank concludeerde dat de maatregel van bewaring gerechtvaardigd was, dat er voldoende zicht was op uitzetting en dat het beroep ongegrond was. Het verzoek om schadevergoeding werd afgewezen.
Uitkomst: Het beroep tegen de bewaring wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen.