ECLI:NL:RBSGR:2009:BI2300
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Vernietiging naheffingsaanslag omzetbelasting wegens onvoldoende bewijs bedrijfsuitoefening
Verweerder legde aan eiser een naheffingsaanslag omzetbelasting op over de periode 1 januari 2002 tot en met 21 januari 2004, gebaseerd op vermeende niet aangegeven omzet uit handel in telefoonkaarten onder de naam [D] Telecom. Eiser maakte bezwaar en stelde dat hij deze onderneming niet dreef en dat de aanslag onterecht was.
De rechtbank stelde vast dat eiser vennoot was in een VOF die een belhuis exploiteerde en dat er strafrechtelijke onderzoeken liepen naar de Stichting en de VOF. Verweerder baseerde zijn aanslag mede op vermoedens en verklaringen die later werden ingetrokken, alsmede op het ontbreken van administratie bij [D] Telecom. De rechtbank oordeelde dat verweerder niet aannemelijk had gemaakt dat eiser onder de naam [D] Telecom een bedrijf uitoefende en dat de omkering van de bewijslast niet van toepassing was.
Verder kon niet worden vastgesteld dat de financiering van door eiser gekochte woningen uit niet aangegeven omzet afkomstig was. De rechtbank verklaarde het beroep gegrond, vernietigde de naheffingsaanslag en de uitspraak op bezwaar en veroordeelde verweerder in de proceskosten van eiser.
Uitkomst: De naheffingsaanslag omzetbelasting wordt vernietigd wegens onvoldoende bewijs dat eiser een onderneming onder de naam [D] Telecom dreef.