ECLI:NL:RBSGR:2009:BI2849
Rechtbank 's-Gravenhage
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing asielaanvragen en handhaving vrijheidsbeneming in GOC-procedure
Verzoekers, beiden van Burundese nationaliteit, werden op Schiphol de toegang tot Nederland geweigerd en in het Aanmeldcentrum geplaatst op grond van artikel 6 Vreemdelingenwet Pro 2000. Hun aanvragen voor een verblijfsvergunning werden afgewezen wegens gebrek aan geloofwaardigheid van het asielrelaas en het gebruik van valse documenten.
De voorzieningenrechter oordeelde dat verweerder zich in redelijkheid op het standpunt kon stellen dat het asielrelaas geen positieve overtuigingskracht had, mede vanwege tegenstrijdigheden en onduidelijkheden in de verklaringen van verzoeker [A]. Daarnaast werd geoordeeld dat de vrijheidsbeneming niet onrechtmatig was, ondanks het ontbreken van een limiet op de detentieduur binnen de GOC-procedure, omdat deze procedure reeds bestond bij inwerkingtreding van de Procedurerichtlijn en onder de uitzondering daarvan valt.
Verzoekers betoogden dat de vrijheidsbeneming in strijd was met artikel 3 EVRM Pro en de Procedurerichtlijn, maar dit werd verworpen. De rechtbank verklaarde de beroepen ongegrond en wees de verzoeken om voorlopige voorzieningen af. Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.
Uitkomst: De beroepen tegen de afwijzing van de asielaanvragen en het voortduren van de vrijheidsbeneming worden ongegrond verklaard en de verzoeken om voorlopige voorziening worden afgewezen.