ECLI:NL:RBSGR:2009:BI2861
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Bevestiging naheffingsaanslag motorrijtuigenbelasting ondanks inbeslagname auto
Eiser was volgens het kentekenregister houder van een personenauto van 21 maart 2005 tot en met 6 oktober 2008. Verweerder legde een naheffingsaanslag motorrijtuigenbelasting op voor het tijdvak 9 februari 2008 tot en met 8 mei 2008, plus een verzuimboete wegens niet tijdig betalen.
Eiser voerde aan dat hij ten onrechte aansprakelijk werd gehouden omdat noch de auto, noch de papieren in zijn bezit waren en hij niet wist waar de auto zich bevond. Verweerder stelde dat de auto weliswaar in beslag was genomen, maar dat het kentekenbewijs niet was ingenomen, waardoor eiser het kenteken had kunnen schorsen.
De rechtbank oordeelde dat eiser onvoldoende feiten had aangedragen om te kunnen aantonen dat hij niet als houder kon worden aangemerkt. Omdat niet was gebleken dat het kentekenbewijs in beslag was genomen, kon niet worden aangenomen dat de belastingheffing achterwege moest blijven. Ook de verzuimboete werd terecht opgelegd omdat sprake was van een vierde verzuim.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en zag geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. Eiser was niet verschenen op de zitting, maar was tijdig en op juiste wijze uitgenodigd.
Uitkomst: Het beroep tegen de naheffingsaanslag en verzuimboete wordt ongegrond verklaard en de aanslag blijft in stand.