ECLI:NL:RBSGR:2009:BI2874
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Onrechtmatige oplegging van definitieve aanslag wegens ontbreken rechtsgeldige vertegenwoordiging bij voorlopige heffingskorting
Eiseres was van 2002 tot 2006 gehuwd en fiscaal partner in 2004. Een belastingconsulent van haar ex-echtgenoot diende een verzoek om voorlopige teruggaaf van de algemene heffingskorting in, voorzien van diens handtekening, maar zonder handtekening van eiseres zelf. Verweerder legde later een definitieve aanslag op aan eiseres waarbij de heffingskorting deels werd teruggenomen.
De kern van het geschil betrof de vraag of eiseres rechtsgeldig was vertegenwoordigd door de belastingconsulent bij het indienen van het verzoek. De rechtbank stelde vast dat verweerder ten onrechte aannam dat het verzoek namens eiseres was gedaan, daar geen aanwijzingen waren dat de belastingconsulent ook haar vertegenwoordigde. Het feit dat eiseres nog gehuwd was in gemeenschap van goederen was onvoldoende om rechtsgeldige vertegenwoordiging aan te nemen.
De rechtbank vernietigde de aanslag op grond van artikel 9,4, lid 4, in verbinding met lid 2, van de Wet inkomstenbelasting 2001 en veroordeelde verweerder in de proceskosten. De uitspraak werd op 19 februari 2009 in het openbaar uitgesproken door rechter J.M. Vink.
Uitkomst: De definitieve aanslag aan eiseres is vernietigd wegens ontbreken van rechtsgeldige vertegenwoordiging bij het verzoek om voorlopige teruggaaf.