ECLI:NL:RBSGR:2009:BI4052
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - meervoudig
- M.A. Dirks
- J.L. Verbeek
- M.J. van den Bergh
- Rechtspraak.nl
Ongegrondverklaring beroepen tegen bouwvergunning en vrijstelling voor bedrijfsruimte met inpandige woning
Het geschil betreft de bouwvergunning eerste fase en de vrijstelling ex artikel 19, tweede lid, van de Wet op de Ruimtelijke Ordening (WRO) voor een bedrijfsruimte met inpandige bedrijfswoning aan een adres in Zevenhuizen. Eisers, wonende nabij de locatie, hebben meerdere beroepen ingesteld tegen de vergunning en vrijstelling, stellende dat het bouwplan strijdig is met het bestemmingsplan, de luchtkwaliteitsnormen overschrijdt en niet voldoet aan redelijke eisen van welstand.
De rechtbank stelt vast dat het bouwplan niet in betekenende mate bijdraagt aan de concentratie van in de Wet milieubeheer genoemde stoffen in de buitenlucht, mede op basis van een rapport van de Milieudienst dat het aantal voertuigbewegingen aanzienlijk lager is dan de grenswaarde. De rechtbank oordeelt dat het onderzoek naar luchtkwaliteit voldoende is en dat een uitgebreider onderzoek niet noodzakelijk is.
Verder is vastgesteld dat de vrijstelling terecht is verleend binnen de kaders van artikel 19 WRO Pro en het besluit van gedeputeerde staten, en dat de gemeentelijke belangen, zoals de herstructurering van de dorpskern en verplaatsing van het bedrijf, zwaarwegend zijn. Hoewel het bouwplan afwijkt van het negatieve welstandsadvies, rechtvaardigen deze belangen de afwijking.
De rechtbank wijst de beroepen af en verklaart deze ongegrond. Er is geen sprake van schending van weigeringsgronden uit de Woningwet en het bestemmingsplan, en het gezag van gewijsde van eerdere uitspraken staat herbeoordeling van bepaalde gronden in de weg. De beroepen zijn op 27 maart 2009 behandeld en het vonnis is uitgesproken op 7 mei 2009.
Uitkomst: De beroepen tegen de bouwvergunning en vrijstelling worden ongegrond verklaard.