ECLI:NL:RBSGR:2009:BI4199
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- H.C. Greeuw
- Rechtspraak.nl
Opheffing onrechtmatige vrijheidsontnemende maatregel wegens overschrijding hoortermijn
Eiser stelde beroep in tegen de oplegging van een vrijheidsontnemende maatregel en werd opgeroepen voor een zitting op 4 mei 2009, terwijl hij uiterlijk op 2 mei 2009 had moeten worden gehoord volgens artikel 94, tweede lid, van de Vreemdelingenwet 2000 (Vw). De rechtbank oordeelde dat de maatregel vanaf 3 mei 2009 onrechtmatig voortduurde omdat de hoorzitting niet binnen de wettelijk gestelde termijn had plaatsgevonden.
De rechtbank verwees naar een eerdere uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak die bevestigde dat de termijn van artikel 94, tweede lid, Vw niet verlengd kan worden door de Algemene termijnenwet, ook niet als de uiterste dag op een zaterdag valt. Hierdoor was het horen van eiser op 4 mei te laat.
Als gevolg van de onrechtmatigheid werd de vrijheidsontnemende maatregel per 4 mei 2009 opgeheven en werd eiser een schadevergoeding van €100 toegekend, gebaseerd op €50 per dag voor twee dagen onrechtmatig verblijf in het detentiecentrum. Tevens werd de Staat veroordeeld tot betaling van proceskosten ad €644.
De uitspraak benadrukt het fundamentele belang van tijdige rechtsbescherming bij vrijheidsontneming en bevestigt dat de termijn voor het horen strikt moet worden nageleefd om onrechtmatigheid te voorkomen.
Uitkomst: De rechtbank beveelt opheffing van de vrijheidsontnemende maatregel per 4 mei 2009 en kent schadevergoeding toe wegens overschrijding van de hoorzittingstermijn.