ECLI:NL:RBSGR:2009:BI7451
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- H. Gorter
- Rechtspraak.nl
Verlenging verblijfsvergunning wegens medische noodsituatie en uitleg artikel 26 Vreemdelingenwet 2000
Eiser, een Ghanees HIV-patiënt, vroeg verlenging van zijn verblijfsvergunning vanwege een medische noodsituatie. Zijn oorspronkelijke vergunning liep af op 17 februari 2007. Bij de aanvraag overhandigde hij een medische verklaring van zijn internist. Verweerder vroeg advies aan het Bureau Medische Advisering (BMA), dat aanvankelijk verkeerde informatie ontving over de beschikbaarheid van medicijnen in Ghana.
De rechtbank stelt vast dat noch het BMA-advies, noch de door de internist aan het BMA verstrekte informatie tot de bewijslast van eiser behoren. Artikel 26, tweede lid, van de Vreemdelingenwet 2000 moet zo worden uitgelegd dat als achteraf blijkt dat eiser op de datum van aanvraag aan de voorwaarden voldeed, hij geacht wordt dit reeds toen te hebben aangetoond.
Verweerder had de verlenging vastgesteld op basis van het BMA-advies van 13 mei 2008, maar de rechtbank oordeelt dat dit onjuist is. Verweerder wordt opgedragen een nieuwe beslissing te nemen waarbij hij onderzoekt of het medicijn emtricitabine op 18 februari 2007 beschikbaar was in Ghana. Tevens wordt verweerder veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.
Het beroep tegen het niet tijdig beslissen op bezwaar wordt niet-ontvankelijk verklaard omdat verweerder inmiddels heeft beslist. De rechtbank vernietigt het bestreden besluit en draagt verweerder op binnen zes weken een nieuwe beslissing te nemen.
Uitkomst: Het bestreden besluit wordt vernietigd en verweerder dient een nieuwe beslissing te nemen met inachtneming van de uitspraak.