ECLI:NL:RVS:2007:BB4823
Raad van State
- Hoger beroep
- H. Troostwijk
- T.M.A. Claessens
- D. Roemers
- Rechtspraak.nl
Verlenging verblijfsvergunning regulier bepaalde tijd en ingangsdatum volgens Vreemdelingenwet 2000
De zaak betreft het hoger beroep van de staatssecretaris van Justitie tegen een uitspraak van de rechtbank die de besluiten van de minister tot afwijzing van aanvragen tot wijziging en verlenging van verblijfsvergunningen regulier bepaalde tijd vernietigde. De kern van het geschil is de juiste bepaling van de ingangsdatum van de verblijfsvergunningen.
Volgens artikel 26 van Pro de Vreemdelingenwet 2000 wordt de verblijfsvergunning verleend met ingang van de dag waarop de vreemdeling heeft aangetoond dat hij aan alle voorwaarden voldoet, maar niet eerder dan de dag waarop de aanvraag is ontvangen. De geldigheidsduur wordt verlengd vanaf de dag waarop aan de voorwaarden is voldaan, maar niet eerder dan de dag na afloop van de geldigheidsduur van de eerdere vergunning.
De rechtbank had geoordeeld dat de minister onvoldoende had gemotiveerd waarom de ingangsdatum niet op de door de vreemdelingen aangegeven data lag. De Raad van State stelt dat de minister terecht de datum van 15 september 2006 als ingangsdatum heeft gehanteerd, omdat dit de datum is waarop de vreemdelingen de benodigde bescheiden hebben overgelegd en aan de voorwaarden voldeden.
De Raad van State vernietigt de uitspraak van de rechtbank en verklaart het hoger beroep van de staatssecretaris gegrond. De beroepen van de vreemdelingen tegen de besluiten van 16 januari 2007 worden alsnog ongegrond verklaard. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het hoger beroep van de staatssecretaris wordt gegrond verklaard en de beroepen van de vreemdelingen worden ongegrond verklaard.