ECLI:NL:RBSGR:2009:BI7730
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Toekenning schadevergoeding wegens onrechtmatige voortzetting vreemdelingenbewaring
Eiser werd op 3 april 2009 in vreemdelingenbewaring gesteld, waarna hij op 22 april 2009 beroep instelde tegen deze maatregel en tevens schadevergoeding vorderde. Verweerder hief de maatregel formeel op per 10 april 2009, maar de feitelijke vrijlating van eiser vond pas plaats op 15 april 2009. De rechtbank stelde vast dat de voortzetting van de bewaring na 10 april onrechtmatig was, omdat verweerder geen bijzondere omstandigheden had aangevoerd die deze voortzetting rechtvaardigden.
De rechtbank oordeelde dat eiser vanaf 10 april tot 15 april zonder recht of titel van zijn vrijheid was beroofd, in strijd met artikel 59 van Pro de Vreemdelingenwet 2000 en artikel 5, eerste lid, van het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens. Gelet op jurisprudentie van het Europees Hof voor de Rechten van de Mens en de omstandigheden van het geval, werd een schadevergoeding van €150 per dag toegekend, hoger dan het gebruikelijke forfaitaire bedrag.
De totale schadevergoeding bedroeg daarmee €750 voor de vijf dagen onrechtmatige bewaring. Daarnaast werd verweerder veroordeeld in de proceskosten van eiser, vastgesteld op €644. Het beroep werd gegrond verklaard en de uitspraak werd gedaan door mr. R.G.J. Welbergen op 6 mei 2009.
Uitkomst: Eiser ontvangt een schadevergoeding van €750 wegens onrechtmatige voortzetting van vreemdelingenbewaring en verweerder wordt veroordeeld in proceskosten.