ECLI:NL:RBSGR:2009:BJ0868
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Onvoldoende voortvarendheid bij behandeling asielaanvraag in vreemdelingenbewaring
Eiser is op 29 mei 2009 in bewaring gesteld en heeft op die dag te kennen gegeven een asielaanvraag te willen indienen, welke hij op 1 juni 2009 heeft ondertekend. Ondanks deze vroege indiening heeft verweerder de asielaanvraag pas negentien dagen later in behandeling genomen, waarbij organisatorische redenen zoals een dubbel ingeplande gehoormedewerker de behandeling vertraagden.
De rechtbank stelt vast dat verweerder op grond van de Vreemdelingenwet verplicht is om binnen zes weken te beslissen op de asielaanvraag van een vreemdeling in bewaring en daarbij zo voortvarend mogelijk te handelen. Het tijdsverloop tussen de kennisgeving van de wil tot aanvraag en de daadwerkelijke behandeling is van even groot belang als de periode tussen indiening en behandeling.
Verweerder heeft onvoldoende voortvarend gehandeld door de aanvraag niet tijdig in behandeling te nemen, ondanks dat de aanvraag al op 1 juni was ingediend. Organisatorische problemen zijn geen geldige reden voor vertraging. De rechtbank verklaart het beroep gegrond, beveelt onmiddellijke opheffing van de bewaring en kent eiser een schadevergoeding toe van €2020,--. Tevens worden de proceskosten aan eiser toegewezen.
Uitkomst: De bewaring wordt per direct opgeheven wegens onvoldoende voortvarendheid bij de behandeling van de asielaanvraag en eiser ontvangt een schadevergoeding van €2020,--.