ECLI:NL:RVS:2009:BH6168
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- R. van der Spoel
- C.J. Borman
- Rechtspraak.nl
Onvoldoende voortvarendheid staatssecretaris bij overplaatsing vreemdeling naar aanmeldcentrum Schiphol
De vreemdeling gaf op 28 november 2008 te kennen een asielaanvraag te willen indienen, maar werd pas op 8 december 2008 overgeplaatst naar het aanmeldcentrum Schiphol en kreeg toen pas de gelegenheid daartoe. De Raad van State oordeelt dat de staatssecretaris onvoldoende voortvarend heeft gehandeld, aangezien geen bijzondere omstandigheden zijn gesteld die de vertraging rechtvaardigen.
De Afdeling bestuursrechtspraak overweegt dat inbewaringstelling op grond van artikel 59, eerste lid, van de Vreemdelingenwet 2000 alleen geoorloofd is met het oog op uitzetting. Bij een vreemdeling die een asielaanvraag wil indienen, moeten uitzettingshandelingen achterwege blijven totdat op die aanvraag is beslist. De staatssecretaris heeft echter pas na tien dagen de vreemdeling de gelegenheid gegeven de aanvraag in te dienen en heeft pas op 17 december 2008 een vertrekgesprek gevoerd, wat onvoldoende voortvarend is.
De Raad van State vernietigt de uitspraak van de rechtbank en verklaart het hoger beroep gegrond. De inbewaringstelling wordt als onrechtmatig beschouwd en de vreemdeling krijgt een vergoeding toegekend over de periode van 29 november 2008 tot 16 januari 2009. Tevens worden proceskosten aan de vreemdeling toegekend.
Uitkomst: De Raad van State verklaart het hoger beroep gegrond wegens onvoldoende voortvarendheid van de staatssecretaris en kent vergoeding en proceskosten toe aan de vreemdeling.