ECLI:NL:RBSGR:2009:BJ1375
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit afwijzing verkorte wachttijd WIA wegens onvoldoende onderzoek en motivering
De zaak betreft een beroep tegen het besluit van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (UWV) om de aanvraag van een werknemer voor een WIA-uitkering met verkorte wachttijd af te wijzen. De werknemer was sinds september 2006 arbeidsongeschikt door een hersenbloeding en had een verklaring van de bedrijfsarts en een rapport van een revalidatiearts overgelegd.
Het UWV had de aanvraag afgewezen omdat volgens de verzekeringsarts nog herstel mogelijk was, ondanks dat de bedrijfsarts een stabiel ziektebeeld had vastgesteld. De bezwaarverzekeringsarts had de werknemer niet zelf onderzocht en geen informatie bij derden opgevraagd, wat volgens de rechtbank een schending van de onderzoeksplicht inhoudt. Ook ontbrak een concrete en deugdelijke afweging van de individuele omstandigheden.
De rechtbank oordeelt dat het besluit niet zorgvuldig tot stand is gekomen en ondeugdelijk is gemotiveerd, in strijd met de artikelen 3:2 en 7:12 van de Algemene wet bestuursrecht. De rechtbank vernietigt het besluit en draagt het UWV op een nieuw besluit te nemen met inachtneming van de overwegingen in deze uitspraak. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het besluit tot afwijzing van de verkorte wachttijd WIA-uitkering wordt vernietigd en verweerder opgedragen een nieuw besluit te nemen.