ECLI:NL:RBSGR:2009:BJ1707
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Rechtbank bevestigt rechtsgeldigheid wetswijziging omzetbelasting 2007 zonder terugwerkende kracht
Eiser betwistte een naheffingsaanslag omzetbelasting over het tijdvak december 2007, waarbij hij zich beroept op het vertrouwensbeginsel en rechtszekerheid met betrekking tot de invoering van artikel 4, lid 2, van de Wet op de omzetbelasting 1968 per 1 januari 2007.
De rechtbank verwijst naar een arrest van de Hoge Raad waarin het Hof van Justitie van de Europese Gemeenschappen werd gevraagd te oordelen over de verenigbaarheid van het nationale stelsel met de Zesde richtlijn. Het Hof oordeelde dat een regeling die volledige aftrek van voorbelasting op investeringsgoederen die deels privé worden gebruikt uitsluit, niet in strijd is met de richtlijn.
De wetswijziging van 14 december 2006 bracht de nationale wetgeving in overeenstemming met de Zesde richtlijn, met ingang van 1 januari 2007, zonder terugwerkende kracht. De rechtbank stelt dat eiser onvoldoende heeft aangetoond dat hij gerechtvaardigd vertrouwen had dat deze wetswijziging geen gevolgen zou hebben voor de aftrek van voorbelasting op zijn woning.
Daarom is er geen sprake van schending van het rechtszekerheids- of vertrouwensbeginsel en wordt het beroep ongegrond verklaard. De rechtbank ziet geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep tegen de naheffingsaanslag omzetbelasting wordt ongegrond verklaard omdat de wetswijziging per 1 januari 2007 niet met terugwerkende kracht is ingevoerd en geen schending van rechtszekerheid of vertrouwen oplevert.