ECLI:NL:RBSGR:2009:BJ2226
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Onmiddellijke opheffing vreemdelingenbewaring wegens ontbreken zicht op uitzetting naar Soedan
Eiser is op 14 juni 2009 in vreemdelingenbewaring gesteld en heeft hiertegen beroep ingesteld. De rechtbank heeft het beroep behandeld en verweerder gevraagd nadere informatie te verstrekken over het aantal laissez passer (lp)'s dat door Soedanese autoriteiten is afgegeven. Verweerder gaf aan dat er in het afgelopen jaar geen lp's zijn verstrekt, één persoon via het IOM is teruggekeerd en dat de Dienst Terugkeer en Vertrek (DT&V) op korte termijn naar Soedan wil afreizen.
De rechtbank oordeelt dat uit deze informatie geen concreet zicht op uitzetting binnen redelijke termijn kan worden afgeleid. Het ontbreken van lp's en onduidelijkheid over het voorgenomen bezoek van DT&V maken dat de bewaring onrechtmatig is. De rechtbank verklaart het beroep gegrond en beveelt onmiddellijke opheffing van de bewaring.
Daarnaast kent de rechtbank eiser een schadevergoeding toe van €1010,- voor de onrechtmatige vrijheidsontneming en veroordeelt de Staat tot betaling van proceskosten van €644,-. Het beroep is gegrond verklaard en de Staat in het ongelijk gesteld.
Uitkomst: De rechtbank beveelt onmiddellijke opheffing van de vreemdelingenbewaring wegens ontbreken concreet zicht op uitzetting naar Soedan.