ECLI:NL:RBSGR:2008:BG5065
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Opheffing vreemdelingenbewaring wegens ontbreken zicht op uitzetting Soedanese vreemdeling
Eiser, een Soedanese vreemdeling in bewaring sinds februari 2008, stelde beroep in tegen de voortzetting van zijn vrijheidsontnemende maatregel. De kern van het geschil betrof het ontbreken van zicht op uitzetting binnen een redelijke termijn, mede omdat eiser niet beschikte over een (verlopen) paspoort dat volgens de Soedanese autoriteiten noodzakelijk is voor het verstrekken van reisdocumenten.
De rechtbank stelde vragen aan verweerder over het aantal aangevraagde en verstrekte laissez passer door Soedanese autoriteiten. Uit de beantwoording bleek dat sinds juli 2007 vrijwel geen laissez passer werden verstrekt aan vreemdelingen zonder geldig of verlopen paspoort. Verweerder kon niet aantonen dat er zicht was op uitzetting van eiser binnen een redelijke termijn.
De rechtbank oordeelde dat voortzetting van de bewaring in strijd is met artikel 59, eerste lid, van de Vreemdelingenwet 2000. Het beroep werd gegrond verklaard, de bewaring werd opgeheven en eiser werd een schadevergoeding van €2800 toegekend over de periode van 7 oktober 2008 tot de datum van uitspraak. Tevens werden proceskosten van €805 aan eiser toegekend.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard, de bewaring wordt opgeheven en eiser krijgt een schadevergoeding en proceskosten toegekend.