ECLI:NL:RBSGR:2009:BJ2325
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Toekenning afgeleide verblijfsvergunning asiel wegens risico genitale verminking dochter ondanks Nederlandse nationaliteit
Eiseres, afkomstig uit Egypte, verzocht om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd uit vrees voor genitale verminking van haar dochter en mishandeling door haar echtgenoot en schoonvader. Verweerder wees de aanvraag af, onder meer omdat de dochter de Nederlandse nationaliteit bezit en de Egyptische autoriteiten bescherming zouden bieden tegen vrouwenbesnijdenis.
De rechtbank oordeelt dat het beleid van verweerder, dat een verblijfsvergunning wordt onthouden vanwege de Nederlandse nationaliteit van de dochter, niet redelijk is en onvoldoende is gemotiveerd. Tevens concludeert de rechtbank dat verweerder onvoldoende heeft aangetoond dat de Egyptische autoriteiten daadwerkelijk bescherming kunnen bieden tegen genitale verminking, mede gelet op rapporten die het probleem als wijdverbreid beschrijven.
De rechtbank stelt dat verweerder had moeten overgaan tot nader onderzoek naar de effectiviteit van bescherming door de Egyptische autoriteiten. Het beroep wordt gegrond verklaard wegens strijd met de artikelen 3:2 en 3:46 Awb, het bestreden besluit wordt vernietigd en verweerder wordt opgedragen een nieuw besluit te nemen. Tevens wordt verweerder veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het bestreden besluit vernietigd wegens onvoldoende motivering omtrent bescherming tegen genitale verminking.