ECLI:NL:RBSGR:2009:BJ2441
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak wegens gebrek aan bewijs betrokkenheid bij liquidatie in Montenegro
Verdachte werd beschuldigd van medeplegen, uitlokking, medeplichtigheid en voorbereiding van de moord op een slachtoffer die op 12 januari 2006 in Podgorica, Montenegro, werd geliquideerd. Het openbaar ministerie baseerde haar bewijs op afgeluisterde telefoongesprekken, ontmoetingen en contant geld dat mogelijk verband hield met de moord.
De rechtbank onderzocht onder meer gesprekken waarin verdachte en anderen op versluierde wijze over het slachtoffer zouden spreken, alsmede observaties van ontmoetingen tussen verdachte en medeverdachten. Ook werd gekeken naar verdachte's uitingen van zorgen over zijn veiligheid en een opvallend telefoongesprek kort na de liquidatie.
De verdediging betoogde dat de gesprekken vooral over drugshandel gingen en dat verdachte zich beroept op zijn zwijgrecht. De rechtbank vond dat de bewijsstukken onvoldoende solide waren om betrokkenheid vast te stellen. De vermeende codetaal kon ook betrekking hebben op drugs en de contante geldsom kon niet met zekerheid worden gekoppeld aan een beloning voor de moord.
Daarom sprak de rechtbank verdachte vrij van alle ten laste gelegde feiten wegens gebrek aan bewijs.
Uitkomst: Verdachte werd vrijgesproken wegens gebrek aan bewijs van betrokkenheid bij de liquidatie.