ECLI:NL:RBSGR:2009:BJ3086
Rechtbank 's-Gravenhage
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- Rechtspraak.nl
Afwijzing generaal pardon vergunning wegens Dublinclaim na asielverzoek in Duitsland
Verzoeker, van Turkse nationaliteit, heeft een aanvraag gedaan voor een verblijfsvergunning op grond van de Regeling afwikkeling nalatenschap oude Vreemdelingenwet. Verweerder heeft geweigerd een aanbod te doen omdat verzoeker na 1 april 2001 aantoonbaar uit Nederland is vertrokken en in Duitsland een asielaanvraag heeft ingediend, waardoor niet aan de voorwaarden van de Regeling wordt voldaan.
Verzoeker stelde dat het gelijkheidsbeginsel en bijzondere omstandigheden een vergunning rechtvaardigen, verwijzend naar eerdere vergelijkbare zaken waarin Dublinclaimanten wel een aanbod kregen. De voorzieningenrechter oordeelde dat verzoeker onvoldoende heeft aangetoond dat sprake is van gelijke gevallen en dat de aangehaalde zaken verschillen, bijvoorbeeld door gezinshereniging of het ontbreken van een asielaanvraag in het buitenland.
De voorzieningenrechter constateerde een motiveringsgebrek in het bestreden besluit en vernietigde dit, maar liet de rechtsgevolgen in stand. Het verzoek om een voorlopige voorziening om uitzetting te voorkomen werd afgewezen. Verweerder werd veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard wegens motiveringsgebrek en het besluit vernietigd, maar de rechtsgevolgen blijven in stand en het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen.