ECLI:NL:RBSGR:2009:BJ6602
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep op pardonregeling wegens onderbroken verblijf in België na asielaanvraag
Eiser, een vreemdeling van Syrische nationaliteit, heeft beroep ingesteld tegen het besluit van de staatssecretaris van Justitie om geen aanbod te doen op grond van de Regeling afwikkeling nalatenschap oude Vreemdelingenwet (pardonregeling). Verweerder stelde dat eiser niet voldeed aan de voorwaarde van ononderbroken verblijf in Nederland, omdat hij in 2004-2005 enkele maanden in België verbleef en daar een asielaanvraag indiende.
Eiser voerde aan dat zijn verblijf in België van korte duur was en uitsluitend bedoeld voor medische behandeling, en dat het onderbroken verblijf hem niet tegengeworpen mocht worden. Ook stelde hij dat het onderscheid tussen Dublinclaimanten en niet-Dublinclaimanten in de pardonregeling strijdig was met het gelijkheidsbeginsel. Daarnaast stelde hij dat hij ten onrechte niet was gehoord en deed een beroep op artikel 4:84 Awb Pro.
De rechtbank oordeelde dat het verblijf in België wel degelijk tegen eiser mag worden gehouden, mede omdat hij door het indienen van een asielaanvraag expliciet blijk gaf zich in België te willen vestigen. De medische motieven werden niet aannemelijk gemaakt. Het beroep op het gelijkheidsbeginsel faalde omdat vergelijkbare zaken wezenlijk verschilden. Ook het beroep op artikel 4:84 Awb Pro en het niet horen van eiser werden verworpen. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond.
Uitkomst: Het beroep van eiser wordt ongegrond verklaard omdat zijn verblijf in België met asielaanvraag hem tegengeworpen mag worden en hij niet voldoet aan de pardonregeling.