ECLI:NL:RBSGR:2009:BJ3776
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit heffing van te hoge leges voor EG-verblijfsvergunning langdurig ingezetenen
Eiser, een langdurig ingezetene met een reguliere verblijfsvergunning, diende op 26 juni 2006 een aanvraag in voor een EG-verblijfsvergunning voor langdurig ingezetenen. Verweerder stelde de leges voor deze aanvraag vast op €201 en nam de aanvraag niet in behandeling. Eiser maakte bezwaar en stelde dat de legesheffing in strijd was met de Europese richtlijn 2003/109/EG. De rechtbank oordeelde dat hoewel de richtlijn ruimte biedt voor legesheffing, het heffen van een bedrag van €201 het nuttig effect van de richtlijn ontneemt.
De rechtbank baseerde zich op een met redenen omkleed advies van de Europese Commissie, die stelde dat dergelijke hoge leges een belemmering vormen voor de doeltreffende toepassing van de richtlijn en de toegang tot rechten. De Commissie benadrukte dat leges billijk en vergelijkbaar moeten zijn met die voor EU-burgers, die slechts €30 betalen. Verweerder had bovendien niet uit eigen beweging de relevante correspondentie met de Commissie overlegd, wat een schending van het beginsel van fair play opleverde.
De rechtbank vernietigde het bestreden besluit en veroordeelde verweerder tot vergoeding van de proceskosten. Verweerder werd opgedragen binnen vier weken een nieuw besluit te nemen dat in overeenstemming is met deze uitspraak. De uitspraak bevestigt het belang van redelijke leges en correcte bestuurspraktijken binnen het vreemdelingenrecht.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het besluit tot heffing van leges van €201 wordt vernietigd.