ECLI:NL:RVS:2010:BN0203
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- T.M.A. Claessens
- A.W.M. Bijloos
- Rechtspraak.nl
Rechtmatigheid van legesheffing voor EG verblijfsvergunning langdurig ingezetenen
De zaak betreft het hoger beroep van de staatssecretaris van Justitie tegen een uitspraak van de rechtbank die het legesbedrag van €201 voor de afdoening van een aanvraag om een EG verblijfsvergunning voor langdurig ingezetenen in strijd achtte met Richtlijn 2003/109/EG.
De Raad van State overweegt dat de richtlijn geen expliciete regels bevat over legesheffing, maar wel stelt dat procedures doorzichtig en billijk moeten zijn en niet mogen leiden tot belemmering van het recht van verblijf. De staatssecretaris heeft toegelicht dat het legesbedrag is gebaseerd op de werkelijk gemaakte kosten en daarmee doorzichtig en billijk is.
De vreemdeling heeft niet aannemelijk gemaakt dat het bedrag een belemmering vormt voor de uitoefening van zijn rechten. De Raad van State vernietigt de uitspraak van de rechtbank en verklaart het beroep van de vreemdeling ongegrond. Tevens oordeelt de Raad dat het besluit om de aanvraag buiten behandeling te stellen wegens niet-betaling van leges terecht was.
De Afdeling bestuursrechtspraak bevestigt dat het legesbedrag niet in strijd is met de richtlijn en dat de staatssecretaris de aanvraag terecht buiten behandeling heeft gesteld wegens het niet voldoen van de leges binnen de gestelde termijn.
Uitkomst: Het legesbedrag van €201 voor de aanvraag van een EG verblijfsvergunning voor langdurig ingezetenen is rechtmatig en niet in strijd met Richtlijn 2003/109/EG.