ECLI:NL:RBSGR:2009:BJ6325
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Toepassing Verblijfsrichtlijn bij visumaanvraag voor kort verblijf in Nederland
Eiseres, een Marokkaanse vrouw, vroeg een visum voor kort verblijf aan bij de Nederlandse ambassade in Rabat om haar schoonouders in Nederland te bezoeken. Haar Nederlandse echtgenoot studeert in Nederland maar woont in Duitsland. Verweerder wees de aanvraag af, stellende dat de Verblijfsrichtlijn niet van toepassing was omdat de echtgenoot zijn hoofdverblijf in Duitsland heeft.
De rechtbank onderzocht of de Verblijfsrichtlijn van toepassing is op de echtgenoot, ondanks dat hij in de lidstaat van zijn nationaliteit studeert maar woont in een andere lidstaat. De rechtbank concludeerde dat artikel 3 van Pro de Verblijfsrichtlijn ruimer is dan artikel 8.7 van het Vreemdelingenbesluit 2000 en dat de richtlijn ook geldt in deze situatie. Dit oordeel werd ondersteund door eerdere jurisprudentie, waaronder de arresten Surinder Singh en Carpenter.
De rechtbank vernietigde het bestreden besluit en verklaarde het beroep gegrond. Zij bepaalde dat verweerder het visum aan eiseres moet verlenen, aangezien geen gronden voor weigering waren vastgesteld. Tevens werd verweerder veroordeeld in de proceskosten en het griffierecht aan eiseres vergoed.
Deze uitspraak verduidelijkt de toepassing van de Verblijfsrichtlijn bij visumaanvragen en bevestigt dat de richtlijn ook geldt voor EU-burgers die in een andere lidstaat wonen dan die waarvan zij de nationaliteit bezitten, met gevolgen voor hun familieleden.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en verweerder wordt opgedragen het visum aan eiseres te verlenen.