ECLI:NL:RBSGR:2008:BD0949
Rechtbank 's-Gravenhage
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- A.J. van Putten
- H.J. Fehmers
- W.J. van Bennekom
- Rechtspraak.nl
Ongewenstverklaring echtgenoot van Unieburger woonachtig in andere lidstaat strijdig met EU-recht
Eiser, een Nigeriaanse nationaliteit, gehuwd met een Belgische Unieburger woonachtig en werkend in het Verenigd Koninkrijk, werd door verweerder tot ongewenst vreemdeling verklaard op grond van strafrechtelijke veroordelingen. Verweerder stelde dat eiser geen rechten kon ontlenen aan de Richtlijn 2004/38/EG omdat hij en zijn echtgenote niet in Nederland verblijven.
De rechtbank stelde vast dat deze uitleg van artikel 8.7 van het Vreemdelingenbesluit 2000 strijdig is met de ruime personele werkingssfeer van de Richtlijn en het beginsel van effectieve werking van het EU-recht. De rechtbank verwees naar vaste jurisprudentie van het Hof van Justitie, waaronder de zaak Commissie tegen Spanje, waarin is bepaald dat opname in het Schengen Informatie Systeem (SIS) pas mag plaatsvinden na vaststelling van een actuele bedreiging van de openbare orde.
Het bestreden besluit was bovendien ondeugdelijk gemotiveerd omdat het enkel verwees naar veroordelingen zonder concrete beoordeling van het actuele gedrag van eiser, waaronder zijn gedrag tijdens detentie en de lage kans op recidive. De rechtbank verklaarde het beroep gegrond, vernietigde het besluit en herroept het besluit in primo. Tevens veroordeelde zij verweerder in de proceskosten. Het beroep tegen de reguliere verblijfsvergunning werd niet-ontvankelijk verklaard en het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen.
Uitkomst: Het beroep tegen de ongewenstverklaring wordt gegrond verklaard en het besluit vernietigd wegens strijd met EU-recht.